Praktijk auto
Aanvraag praktijkexamen
Onze praktijkexamens worden afgenomen door het CBR in Gouda. Het plannen van een examendatum en tijd doen wij in overleg met onze leerlingen. Uitgangspunt daarbij is dat er een goede kans moet zijn op een positief resultaat. Het kan misschien goedkoper lijken om met wat minder lessen examen te doen, maar een herexamen met de daarbij horende extra lessen is uiteindelijk duurder! Wij garanderen dat we onze leerlingen niet langer laten lessen dan nodig is! Voor het examen dien je de volgende documenten mee te nemen:
- Een geldig theoriecertificaat
- Identiteitskaart of paspoort
- Het adviesformulier van je TTT
- De oproepkaart welke je via de mail doorgestuurd krijgt met de daarbij behorende zelfreflectievragenlijst
- Een eigenverklaring welke ook via de mail doorgestuurd wordt (pas ondertekenen in aanwezigheid van de examinator)
De examenvoorwaarden klik hier voor de voorwaarden
Het praktijkexamen duurt ca. 55 minuten. Hiervan is een kwartier beschikbaar voor zowel de introductie als voor de toelichting op de uitslag achteraf. Normaal gesproken rijdt onze rijinstructeur altijd mee tijdens een examen tenzij de leerling dit absoluut niet wil. In het examencentrum maak je eerst kennis met de examinator. Deze legt uit hoe het examen verloopt. Daarna volgt op de parkeerplaats een ogentest, waarbij je het kenteken van een stilstaande auto moet kunnen lezen op een afstand van ongeveer 25 meter. Vervolgens vraagt de examinator je een aantal voorbereiding- en controlehandelingen uit te voeren. Sinds het vernieuwde rijexamen, dat op 1 januari 2008 is ingevoerd, wordt er ook beoordeeld op verkeersinzicht en op zelfstandig rijgedrag. Daar zijn vijf nieuwe examenonderdelen voor ontwikkeld; zelfstandig een route rijden, bijzondere manoeuvres uitvoeren, gevaarherkenning door situatiebevraging, zelfreflectie en milieubewust rijgedrag.
Zelfstandig een route rijden Je rijdt een deel van de examenrit zonder aanwijzingen van de examinator. Het 'zelfstandig route rijden’ kan op drie manieren worden uitgevoerd:
- naar een oriëntatiepunt rijden;
- meerdere routeopdrachten tegelijk (clusteropdracht);
- met behulp van een navigatiesysteem (optie).
De examinator bepaalt vooraf hoe je het onderdeel zelfstandig rijden moet uitvoeren. Dit meldt hij aan het begin van de examenrit. Als er geen navigatiesysteem in de lesauto aanwezig is, of als je er niet mee hebt leren werken, dan beperkt de keus zich tot de eerste twee varianten. Het zelfstandig rijden zal tien tot vijftien minuten van het examen in beslag nemen. Het bereiken van het juiste eindpunt is overigens geen doel op zich, wel de wijze waarop je de verkeerstaak uitvoert.
Hieronder volgt uitleg van voorgaande begrippen:
- De clusteropdracht betreft een gedeelte van de route. Deze opdracht is altijd beperkt in lengte en zal één of meerdere keren herhaalt worden om te checken of je het begrepen hebt. Het is een nabootsing van de situatie waarin de bestuurder de weg vraagt aan een voorbijganger en vervolgens krijgt uitgelegd hoe hij naar de gevraagde locatie moet komen. De reeks van routeopdrachten zal bestaan uit minimaal drie en maximaal vijf opdrachten.
- Het rijden met een navigatiesysteem kan in principe op ieder moment in het examen worden toegepast. Het blijkt ook voor anderstalige kandidaten een oplossing te zijn, omdat navigatie meestal in verschillende talen is in te stellen.
- Een oriëntatiepunt staat niet vast. Het is een locatie die de kandidaat goed kent, zoals een school, een sportclub, of winkelcentrum.
Als je onbekend bent in het examengebied, dan kan de examinator jou vragen om naar een goed zichtbaar punt in die plaats te rijden, zoals een kerktoren of een flatgebouw. Het examen kan beginnen met het rijden naar een oriëntatiepunt, maar kan er ook mee worden afgesloten. Je krijgt dan de opdracht om vanaf een oriëntatiepunt terug naar de examenplaats te rijden.
Bijzondere manoeuvres Er is met opzet voor de term bijzondere manoeuvres gekozen om het verschil aan te geven met de vroegere term' bijzondere verrichtingen'. Het vernieuwde rijexamen kent drie bijzondere manoeuvres: een omkeeropdracht, een parkeeropdracht en een stopopdracht. Van deze drie kiest de examinator de volgende twee:
- Bij de omkeeropdracht krijg je al rijdend te horen dat je de weg in tegenovergestelde richting moet gaan volgen. Je kiest zelf de plaats en de wijze waarop je keert. Je kunt dit doen doormiddel van een halve draai, steken of een bocht achteruit. Je moet laten zien dat je op basis van een goede inschatting van de verkeerssituatie tot een adequate oplossing komt.
- De examinator kan ook kiezen voor een parkeeropdracht in een straat of op een parkeerterrein. Hierbij krijg je de opdracht om de auto zo dicht mogelijk bij een opgegeven locatie te parkeren. Dit kan bijvoorbeeld de ingang van een winkelcentrum zijn. Ook hier bepaal je zelf hoe je de parkeeropdracht uitvoert.
- Verder is een stopopdracht mogelijk. Daarbij moet je zo kort mogelijk achter een ander voertuig stoppen, om aansluitend vooruitrijdend weer aan het verkeer deel te nemen. Dit kan zowel aan de linker- als rechterzijde van de rijbaan. Hierbij is het van belang dat je een juiste inschatting maakt van de lengte van de neus van de auto. De examinator kan steekproefsgewijs de hellingproef laten uitvoeren. Bij de uitvoering van de bijzondere manoeuvres moet je in ieder geval één keer achteruit hebben gereden. Kies je daar de eerste keer niet voor, dan zal de uitvoering van de tweede bijzondere manoeuvre in ieder geval een stukje achteruit rijden moeten bevatten.
Bij de uitvoering is niet alleen het technische aspect belangrijk. Er wordt vooral ook gelet op de keuzes die daaraan vooraf gaan, zoals de plaats, het moment en de wijze waarop je de opdracht uitvoert.
Milieubewust rijgedrag Voor een beter milieu en voor de eigen portemonnee is het belangrijk dat automobilisten milieubewust autorijden, dus volgens de principes van 'Het Nieuwe Rijden'. Daarom wordt meer aandacht besteed aan anticiperend rijgedrag, zoals filerijden. Dit draagt niet alleen bij aan vermindering van het brandstofverbruik, maar heeft ook een positieve invloed op verkeersveilig rijgedrag. Ook wordt er in het vernieuwde rijexamen meer aandacht besteed aan de bandenspanning en of de kandidaat op het juiste moment schakelt.
Gevaarherkenning door situatiebevraging Bij dit nieuwe onderdeel word je na uitvoering van een verkeerssituatie gevraagd waarom je dat op die manier hebt gedaan. Hoe heb je de situatie opgelost en welke afwegingen heb je hierbij gemaakt? Het onderdeel wordt al voor de verkeerssituatie aangekondigd. Zo wordt duidelijk dat het niets te maken heeft met het wel of niet goed uitvoeren van de verkeerstaak.
Zelfreflectie Voor het examen vul je een vragenlijst in, bijvoorbeeld thuis of tijdens de rijlessen. Die lijst geef je aan het begin van het examen aan de examinator. Deze bekijkt de antwoorden pas na de examenuitslag en bespreekt samen met jou de antwoorden. Van belang hierbij is dat je een realistisch beeld hebt van je eigen capaciteiten en beperkingen als automobilist. Zelfreflectie wordt niet meegenomen in de eindbeoordeling van het examen! Het examen hoeft niet helemaal foutloos te verlopen, het gaat om het totaalbeeld. Hierbij is belangrijk hoe je anticipeert op het overige verkeer. Kortom, de examinator bekijkt of je voldoende in huis hebt om vlot, veilig, zelfstandig en sociaal aan het verkeer deel te nemen. Direct na het examen deelt de examinator de uitslag mee. Bij een negatief resultaat worden de onderdelen toegelicht die onvoldoende zijn. Bij een positief resultaat wordt de uitslag direct digitaal naar het Centraal Rijbewijzen Register verstuurd. De dag na het praktijkexamen kan de geslaagde kandidaat zich melden bij het gemeentehuis en zijn/haar rijbewijs aanvragen onder overlegging van 1 pasfoto's en het vereiste geld. Het duurt het nog ongeveer 5 werkdagen voor het rijbewijs klaar is. Tot die tijd mag er nog niet met een auto gereden worden!
|